Antaño betekent vroeger, en vroeger was, zoals bekend, alles beter. De naam van deze sigaar verwijst daarnaar.
Joya de Nicaragua was een van de eerste fabrieken die door gevluchte Cubanen in 1964 werd geopend. Nadat de Amerikanen een handelsembargo tegen Cuba hadden ingesteld, namen Nicaraguaanse sigaren in de jaren 1970 een hoge vlucht. Deze sigaar werd in 2001 opnieuw gelanceerd als verwijzing naar die hoogtijdagen.
Sinds kort heet deze lijn Original maar de afgelopen kwart eeuw kent iedereen 'm als 1970. Naar verluidt is dit de originele blend van de eerste Joya.
De eerste smaken zijn zoet en kruidig, waar na verloop van tijd wat gras-achtige smaken bijkomen. Deze sigaar heeft de reputatie van een zwaar kanon maar ik merk er weinig van. Wel hele fijne smaken maar geen peperbom.
Op de helft verschijnt dan toch een pepertje op het toneel. Past goed bij de heerlijke kruidige smaken. De sigaar slaat om naar peper en leer. Gaat deze Antaño zijn iconische status toch waarmaken? Ik hoop natuurlijk van wel.
Op de website van JdN staat het verhaal achter deze sigaar. Niks geen originele blend, maar een toevalstreffer: de fabrieksdirecteur die de productleider had uitgedaagd om een sigaar te maken die hem omver zou blazen.
Ik vind de trek van dit exemplaar net iets te strak maar er komt desondanks veel rook vrij. De as is stevig en de brand mooi recht.
De finale brengt, naast het stevige pepertje, lekker vettige dierlijke smaken. De Cubaanse oorsprong van het Criollo-dekblad is niet te missen. Gedurende de hele rooktijd neem ik ook wat zoete smaken waar in de achtergrond. Dat brengt de sigaar mooi in balans.
Eindoordeel: een absolute topsigaar die zijn reputatie meer dan waarmaakt.
